Instructies
4 personen
De citroenmousse
- 1
Laat de gelatine weken in koud water.
3 blaadjes gelatine - 2
Boen de citroenen. Schil 1 citroen met een dunschiller. Houd de schil opzij. Pers de citroenen.
2 citroenen - 3
Smelt de boter. Doe er het citroensap bij.
50 g boter - 4
Roer de bloemsuiker door het mengsel.
50 g bloemsuiker - 5
Klop het ei en de eierdooier door het warme mengsel en laat binden op het vuur.
1 ei, 1 eierdooier - 6
Knijp de gelatineblaadjes uit en doe ze bij het mengsel.
- 7
Laat het citroenmengsel wat afkoelen.
- 8
Roer de plattekaas los in een aparte kom.
250 g platte kaas - 9
Klop de room half op.
2 dl Room - 10
Meng het citroenmengsel door de plattekaas.
- 11
Spatel er voorzichtig de halfopgeklopte room door.
- 12
Laat de mousse opstijven in de koelkast.
De coulis
- 13
Verwarm de diepvriesframbozen met de suikersiroop op het vuur. Laat verder garen op een zacht vuur tot je coulis hebt.
300 g diepvriesframbozen, 4 el suikersiroop - 14
Laat de coulis afkoelen.
Afwerken en serveren
- 15
Snijd de apart gehouden citroenschillen in fijne repen.
- 16
Verwarm een scheutje water met 2 eetlepels suiker. Laat er de schillen 5 minuten in garen.
6 el kristalsuiker - 17
Giet af en breng nieuw water met 2 eetlepels suiker aan de kook. Laat er de schillen nog eens 5 minuten in garen. Herhaal een derde keer.
- 18
Doe warm water in een maatbeker.
- 19
Schep wat coulis in een diep bord. Dompel een lepel in het warme water en schep wat citroenmousse. Leg de quenelle op de couilis. Verkruimel er een botergalet over.
4 botergaletten - 20
Werk af met de gekonfijte citroenzeste.